Winteropeningstijden: zaterdag, zondag en tijdens schoolvakanties van 13 tot 17 uur.

Carillon

Het Carillon van Veere

‘In Veere zingt de tijd’

2014-10-30 13.37.56

De stadhuisbeiaard van Veere behoort tot de topinstrumenten in dit genre. Andreas van den Gheyn uit Leuven vervolmaakte in 1790 de beiaard in de stadhuistoren van Veere, gegoten door zijn oom Peter de Cellebroeder. Het zou de kroon op zijn werk worden want Andreas stierf in 1793. De familie Van den Gheyn was geen onbekende in Veere. Peter II v.d. Gheyn leverde al in 1594 een carillon voor de Stadhuistoren – de grote “uurschelle” rest hier nog van – en zijn nazaat Peter de Cellebroeder v.d. Gheyn verving dit spel in 1735 door een nieuwe beiaard – met speeltrommel en klavier – van 47 klokken.

Dit spel bevredigde op de duur niet geheel en Peters neef Andreas kreeg de opdracht om in 1790 een negental defecte klokken te hergieten en de overige bij te stemmen. Vijftig jaar daarna was de stad zo verarmd dat het klavier verwijderd werd, handspel door een beiaardier was toen niet meer mogelijk.

Na jarenlange verwaarlozing en goed bedoelde doch slecht uitgevallen restauraties, werd het spel in 1948 onder leiding van Ferdinand Timmermans gerestaureerd. De uurschelle werd verwijderd en 10 klokken vervangen door klokken van Petit en Fritsen. Het belangrijkste was dat het stokkenklavier voor het handspel weer terugkeerde.

In 1972 werd de beiaard fundamenteel gerestaureerd en uitgebreid met een vierde oktaaf. De uurschelle en drie Van den Gheynklokjes keerden vanuit het museum terug naar de toren.

Sinds 1972 is het spel verschillende malen gereviseerd. Zo heeft Eijsbouts er in 1999 een modern klavier geplaatst volgens de huidige standaarden. Als gevolg van de slechte bouwkundige toestand van de toren moest de beiaard in 2013 geheel gedemonteerd worden.

De beiaardier bespeelt doormiddel van het stokkenklavier al de klokken. De klokken worden met de klepels in de klok tot klinken gebracht. Hierbij is dynamisch spel mogelijk. Het huidige carillon bezit 47 klokken plus de oude uurwerkschelle.

Als op het hele en het halve uur de melodie klinkt, gebeurt dat met de hamers van de klokken. Deze melodie komt tot stand door een speeltrommel, aangedreven door het uurwerk, welke zich bevind op de zolder van het stadhuis. Onregelmatigheden van het spel zijn vooral te wijten aan de grote afstand, de 40 draden moeten een afstand overbruggen van zo’n 30 meter, van de speeltrommel naar de hamers bij de klokken.

Gemiddeld twee à drie keer per jaar voorziet de stadsbeiaardier de trommel van nieuwe noten. Dit versteken gebeurd door de oude noten/stiften van binnen uit los te schroeven en de stiften vervolgens op de goede plaats voor de nieuwe melodie in de trommel te steken en weer vast te zetten.

Het uurwerk en de speeltrommel zijn een parel in Nederland. Vaak werden dit soort uur- en trommelspeelwerken in de loop van de tijd vervangen of aangepast. Maar in Veere tikt het klokje zoals het al eeuwen tikt. Buiten het stadhuis kun je, als het rustig is op straat, dit uurwerk horen tikken!

Nieuwe melodieën

Donderdag 20 juli  heeft stadsbeiaardier David van der Vlies de speeltrommel uit 1735 van het carillon in Veere voorzien van twee nieuwe melodieën. De komende maanden klinkt op het hele uur het lied ‘Merck toch hoe sterck’ van A. Valerius uit ‘Gedenck-Clanck’ 1622. Op het halve uur klinkt een deel van de Prelude, op.28 no.7 van F. Chopin.