Welkom - Wilkommen - Welcome

Ode aan Alma

Ode aan Alma – Herontdekking collectie Museum Veere

Alma Francis Ochs/Oakes werd op 19 september 1889 in de wijk Paddington in Londen als de oudste van drie kinderen geboren. Haar vader Albert Ochs was de mede-eigenaar van de diamanthandel Ochs Brothers & Ochs Frères. Alma volgde in Londen de Francis Holland School en ging vervolgens naar een meisjeskostschool, Heathfield School in Ascot. Vanaf haar tiende jaar woonde ze een gedeelte van het jaar op het imposante buitenhuis Walmer Place in Kent. Vanuit de haven van Ramsgate maakten ze zeiltochten met het kotterjacht Estrella langs de Engelse, Vlaamse en Zeeuwse kust.

In 1896 kocht Albert Ochs De Struijs, één van de Schotse Huizen aan de Kaai in Veere. Alma was veertien jaar toen ze daar voor het eerst kwam. Ze raakte meteen verliefd op het plaatsje en zijn bewoners met hun prachtige streekdrachten. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zou Albert Ochs zich definitief in Veere vestigen, Zijn bedrijf in Londen was door slechte bedrijfsvoering ten onder gegaan. Alma was ondertussen verloofd met Captain Henry Russell Townsend-Green, die op 3 maart 1915 aan het front sneuvelde. Ze zou ongetrouwd blijven. Alma werkte in de oorlog als hulpverpleegster in het Weir Hospital in Balham. In 1919 ging ze haar vader assisteren bij zijn verkooptentoonstellingen in De Struijs, die hij in navolging van Domburg organiseerde. Alma verbleef ’s zomers in Veere en ’s winters bij haar moeder Stella Adelaide Hart in Londen. In de wintermaanden nam ze les in kunstgeschiedenis aan de Heaterley’s School of Art in Londen. De zaken in Veere gingen zo voorspoedig dat Albert Ochs in 1921 het buurhuis Het Lammeken in bruikleen kreeg van de Staat der Nederlanden om zijn expositieruimte uit te breiden. Op 14 december 1921 overleed hij onverwachts in het kunstenaarsdorp Barbizon. Alma zette zijn werk voort: ze nodigde bekende kunstenaars uit en organiseerde jaarlijks tentoonstellingen. Ter assistentie nodigde ze een viertal Engelse vriendinnen uit voor de zomermaanden. In Veere kregen ze de bijnaam ‘The Alma Girls’. In 1928 werd Alma Oakes officieel eigenaar van het Schotse huis De Struijs. Het verzamelen zat haar in het bloed en naast de organisatie van de tentoonstellingen breidde ze haar kunstcollectie verder uit. Naast scheepsmodellen, antieke meubels, schilderijen en porselein verzamelde ze vooral Zeeuwse streekdrachten die haar grote belangstelling hadden. Uit deze eeuwenoude traditie sprak onafhankelijkheid en trots en ze betreurde dat dit verloren ging. Alma voelde zich gelukkig dat ze de traditie nog net bij de staart kon pakken. De geschiedenis van de streekdrachten zou haar levensdoel worden. Het resulteerde in twee publicaties: The national costumes of Holland (1932) en Rural Costume – Its Origin and Development in Western Europe and the British Isles (1970). Haar grootste wens was de oprichting van een kostuummuseum in Veere maar door de Tweede Wereldoorlog is dat er niet van gekomen. In 1939 vluchtte ze door de oorlogsdreiging naar Londen met achterlating van de hele collectie. Haar Veerse dienstmeid Katrien sleepte alle dozen met klederdrachten naar haar zolder zodat die tot op heden bewaard zijn gebleven. Tijdens de oorlog is er veel verloren gegaan van haar overige collectie. In 1947 besloot Alma haar huis De Struijs aan de Staat der Nederlanden te schenken onder de voorwaarde dat deze het pand zou onderhouden en als museum exploiteren. Op 10 juni 1950 werd Rijksmuseum De Schotse Huizen feestelijk geopend. Alma Oakes ging in Rye (South Sussex) wonen waar ze zich bezig hield met haar laatste publicatie over streekdrachten. Op 8 januari 1987 overleed zij op zevenennegentigjarige leeftijd. Ze ligt begraven op het kerkhof van Sint Mary’s Church in Rye.

De tentoonstelling Ode aan Alma – Herontdekking collectie Museum Veere is een hommage aan Alma Oakes, de grondlegger van het huidige Museum Veere en toont een selectie uit haar verzameling streekdrachten, beeldende kunst, objecten en schenkingen van later datum.